Alles wat je wilt weten over het nieuwe boek Opleidingskunde

Toen ik in januari boeken ging bestellen zag ik het boek Opleidingskunde van Kessels en Smit op de boekenlijst staan. Gaaf, was het eerste wat ik dacht. Mijn collega’s praten daar altijd vol lof over. Ik baalde als een stekker toen ik zag dat het boek niet meer te bestellen was. Gelukkig duurde dat niet lang. Er verscheen een glimlach op mijn gezicht toen ik door had dat er een nieuwe versie is ontwikkeld. Deze is door Erik Deen en Mariël Rondeel in samenwerking met Joseph Kessels geschreven. De bestelling was binnen no time geplaatst en de volgende dag lag het boek al in de brievenbus.

Tijdens de eerste dag van de studie in februari hoorde ik dat er in maart een boekpresentatie op de planning stond. Ik keek er dus al een tijdje naar uit en vorige week dinsdag was het dan eindelijk zover! Lees hieronder mijn review. 

Verslavend, leesbaar en toepasbaar

Toen ik na een avondje al honderd pagina’s had gelezen wist ik genoeg. Het is een fijn boek om te lezen. Het start met een verhaal waarin je mee wordt genomen in alle trends en ontwikkelingen die de afgelopen jaren de revue hebben gepasseerd. Wat ik met name leuk vind is dat er allerlei vragen in staan die je als adviseur of ontwerper stelt in gesprek met de opdrachtgever. Voor mij als beginnend ontwerper is dit ontzettend praktisch. Als voorbeeld een vraag waarmee je de opdrachtgever stimuleert om de gewenste werksituatie uit te leggen.

Als we een filmpje zouden hebben van de gewenste werksituatie, wat zouden we dan op dat filmpje zien?

En door onderstaande vraag te stellen kan het duidelijk worden of de medewerkers wel bekwaam zijn maar het om andere reden niet laten zien in het werk.

Als het leven van de medewerkers ervan af zou hangen, zouden ze het dan nog steeds niet kunnen?

Het achtveldenmodel

In het boek staat het achtveldenmodel als ontwerpaanpak centraal. Dit model helpt je om de vragen ‘wat wil je bereiken?’ en ‘wanneer ben je tevreden’ helder te krijgen. Elke veld wordt gedetailleerd uitgelegd in het boek.

Achtveldenmodel uit het boek Opleidingskunde

Er staan ook voorbeelden bij elk veld waardoor je geïnspireerd wordt om nieuwe aanpakken uit te proberen. Op dit moment ben ik met een ontwerpopdracht bezig en heb ik de critical incidents-methode ingezet om inzicht te krijgen in de gewenste bekwaamheden. Deze systematische aanpak zorgde voor veel energie. Ik had op een poster de opzet getekend met daarop de vraag: ‘welke kenmerken bepalen of je een goede interne trainer bent?’ Op elke post-it werd gezet:

  • Wat zie je een interne trainer doen?
  • Wat voor een effect heeft dit?

Vervolgens hebben we elke post-it gecategoriseerd. Het resultaat was een muur vol met post-its van minst effectief naar meest effectief. Zoals in het boek beschreven activeert het de denkkracht van een groep. Dit heb ik zeker ook zo ervaren. Hieronder staat een afbeelding van mijn poster:

Voorbeeld van mijn startpunt met de critical incidents methode

Nieuw in het boek Opleidingskunde

Wat dit boek onderscheid van de eerdere exemplaren werd tijdens de boekpresentatie ook toegelicht. Zelf heb ik het vorige boek overigens niet gelezen.

Relationele ontwerpbenadering

Een van de nieuwe elementen is de relationele ontwerpbenadering. Ontwerpen achter je pc is simpel en een beetje eenzaam. Tijdens onze opleiding wordt benadrukt dat je zorgt voor een grotere betrokkenheid als je in samenspel met de betrokkenen aan de slag gaat met ontwerpen. In de boekpresentatie werd uitgelegd dat voorheen een meer systematische ontwerpbenadering centraal stond. Er zijn tenslotte meerdere wegen die naar Rome leiden. Een leuk voorbeeld uit het boek is de ontwerpweek waarin je samen met ontwerpers, beoefenaars van het vak, inhoudsdeskundigen, beslissers, beleidsmakers en waar mogelijk klanten aan de slag gaat. Ik verwacht dat in co-creatie met elkaar ontwerpen wel vraagt om concessies. Af en toe wat water bij de wijn. Tegelijkertijd wil je dat de kwaliteit van de leerinterventie niet in het geding komt. Dus onderhandelen hoort dan ook bij je rol als ontwikkelaar. Erik en Mariël denken daar als volgt over:

De meest productieve houding is die van de professionele analfabeet is. Vanuit onbekendheid met de specifieke context, maar vakkundig in het stellen van vragen, kan de ontwerper helpen om inzicht te verschaffen in zaken die vanzelfsprekend lijken maar dat niet altijd zijn.

Versterken van talenten

Het tweede is dat er in de praktijk steeds meer aandacht is voor het versterken van talenten in plaats van het opvullen van tekortkomingen. Er wordt benadrukt dat het een positieve invloed heeft op welbevinden, productiviteit en innovatie binnen organisaties. Tijdens de boekpresentatie kwam de opmerking dat er in de modellen die binnen Opleidingskunde ingezet worden nog wel uitgegaan wordt van tekorten. Ook in het achtveldenmodel analyseer je wat er nu niet goed gaat en wat de gewenste situatie is. In het boek staan voorbeelden waarmee je een meer waarderende benadering kunt inzetten in het achtveldenmodel.

Leren en werken dichterbij elkaar

Het derde is dat leren en werken dichterbij elkaar zijn gekomen. Vandaar ook de mooie ondertiteling van het boek leren in het werk, rond het werk, voor het werk. Leerinterventies vinden steeds vaker op de werkplek plaats of zijn verbonden met de dagelijkse praktijk, aldus Erik en Mariël. Logisch toch? Dit verhoogt de transfer van het geleerde naar de praktijk.

Erik en Mariël bedankt voor jullie enthousiasme en inspiratie!

 

Deel mijn blog met anderen via:
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
Email this to someone
email
Share on LinkedIn
Linkedin

3 reacties

  1. Pingback: Hét recept voor een ontwerp dat zeker in de smaak valt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *